Arendsteen
Om de goede afloop van haar zwangerschap te bevorderen had Maria een zogenoemde arendssteen bij zich gedragen. De arendssteen – ook wel klappersteen of adelaarssteen genoemd – is een klomp leemsteen, geel of zwartbruin van kleur, bol- of eivormig, en meestal hol van binnen. Men meende dat arenden dergelijke stenen mee naar hun nest namen om het uitbroeden van de eieren te bevorderen, vandaar de naam.
In de arendssteen kon je soms losse steenkorrels horen ‘klapperen’, waardoor hij aan een moederbuik met foetus deed denken. In 1822, vier jaar voor haar dood, bond Maria Dierkens een briefje aan deze steen. Daarin schrijft zij dat zij de steen ‘onder de linkerarm regt in het kuyltje’ had gedragen, van ‘veertien daage over de tijt der stonden […] tot de halve dragt van swangerschap’, zoals het indertijd werd voorgeschreven.
Vóór haar, zo lezen we, was deze steen al gedragen door onder anderen de prinses van Oranje, kroonprinses van Engeland, toen die na twee doodgeboren dochters zwanger was van prinses Carolina (geboren in 1743). ‘Deeze steen is lange jaare in de familie geweest’, besluit Maria Dierkens, ‘en is mij van mijn moeder present gegeeve toen ik van mijn zoon swanger was.’